Ik was nog jong toen ik merkte dat er thuis iets niet klopte. Mijn broer deed dingen die niet hoorden. Dingen die pijn deden, maar waar niemand over sprak. Hij trok altijd zijn eigen lijnen en ik was degene die eroverheen moest lopen. Het voelde alsof er voor hem geen grenzen bestonden – niet in wat hij deed, en ook niet in wat hij bij mij mocht doen.
Wat het misschien nog moeilijker maakte, was dat mijn ouders het niet zagen. Of misschien wílden ze het niet zien. Hij was de altijd vrolijke broer, ik het lastige zusje. “Dat hoort erbij”, zei mijn moeder eens. Maar het hoorde er niet bij. Ik voelde me boos en in de steek gelaten. Mijn ouders hadden mijn veilige plek moeten zijn, maar juist daar werden mijn grenzen genegeerd.
Ik zei ‘ja’ terwijl ik ‘nee’ bedoelde
Na een tijdje wist ik zelf niet meer wat normaal was. Waar begon ik, en waar hield de ander op? Ik raakte mijn eigen grenzen kwijt. Ik zei ‘ja’ terwijl ik ‘nee’ bedoelde. Ik liet mensen over me heen lopen, want ergens dacht ik: misschien is dat hoe het hoort.
De boosheid in mij werd groter. Niet alleen naar mijn broer, maar vooral naar mijn ouders. Waarom zagen ze me niet? Waarom beschermden ze me niet? Het was alsof ik onzichtbaar was, een lastige stem die beter stil kon zijn.
Nu, jaren later, leer ik stukje bij beetje dat ik wél grenzen mag voelen. Dat ik recht heb op mijn eigen ruimte. Dat ik niet verantwoordelijk ben voor de daden van mijn broer en ook niet voor het wegkijken van mijn ouders. Maar de pijn van toen draag ik nog altijd mee. Het gevoel dat mijn grenzen niet belangrijk waren, heeft diepe sporen achtergelaten.
Soms vraag ik me af hoe mijn leven eruit had gezien als er wél iemand was opgestaan. Als iemand had gezegd: dit mag niet, jij bent belangrijk, jij verdient veiligheid. Dat is de stem die ik zelf lang niet had. En misschien wel de stem die ik nu wil laten horen. Elk kind verdient een veilige plek.
Geen contact meer
Ik heb mijn ouders en broer inmiddels al vier jaar niet gezien en gesproken. Ze weten niet waar ik ben en met wie ik ben. Toch mis ik ze. Misschien nog wel het meest mijn jongere broertje. Hij heeft niets misdaan. Ik ben nog niet zover om het contact weer op te pakken. Maar ik heb er wel vertrouwen in dat dat gaat komen.
Wat ik nu leer, is dat veiligheid de basis is. Alleen vanuit veiligheid kun je tot rust komen, werken aan herstel en ontdekken dat jouw grenzen er wél toe doen. Ik heb nu die veilige plek ervaren. Een plek waar je mag zijn wie je bent, waar je gezien wordt en met je meegedacht wordt. Dat is heel fijn.


