In mijn praktijk begeleidde ik de afgelopen periode een meisje dat ik hier L. noem. Zij heeft TOS en 22q11, waardoor taal, sociale situaties en spanning soms extra complex zijn. Toen ze bij mij kwam, voelde ze zich op school onzeker, werd ze regelmatig gepest en trok ze zich terug wanneer iets te spannend werd. Haar wens was duidelijk: leren hoe ze sterker kon staan en beter kon aangeven wat ze nodig heeft.
Gevoelens als spoorboom
Een van de eerste dingen die we samen ontdekten, was hoe gevoelens werken. L. leerde dat emoties niet alleen in je hoofd zitten, maar ook in je lijf. En dat een gevoel eigenlijk een spoorboom is: het gaat omlaag om je te beschermen wanneer er iets spannends aankomt. Die metafoor gaf haar rust én taal om uit te leggen wat er in haar gebeurt. Vanuit die spoorboom kan ze zelf kiezen wat ze ermee wil doen.
Grenzen en communicatie
We oefenden met stevig staan, duidelijke taal gebruiken en durven zeggen wat je wel en niet wilt. Kleine, haalbare opdrachten op school — een boek lenen, een docent iets vragen — hielpen haar om sociale situaties overzichtelijk te maken. Ze ontdekte dat vragen stellen mag, dat fouten maken erbij hoort, en dat duidelijkheid haar helpt om contact te maken.
Overvraging herkennen
Een belangrijk thema was overvraging. L. kan veel, maar wanneer spanning oploopt, lukt iets wat normaal haalbaar is soms ineens niet meer. Een schooluitje naar het buitenland bracht dit mooi in beeld: niet de activiteit zelf was het probleem, maar het gebrek aan overzicht en voorspelbaarheid. Toen ze dat hardop durfde te zeggen, viel er veel op zijn plek.
Groei
In de afgelopen maanden zag ik L. sterker worden. Ze durft meer te zeggen, stelt vaker vragen en begrijpt zichzelf beter. Ze leert dat spanning niet betekent dat ze iets niet kan — maar dat ze mag kijken wat ze nodig heeft om het wél te kunnen.
Het is bijzonder om haar ontwikkeling te zien. En ik ben dankbaar dat ik een stukje met haar mee mocht lopen.


